Overslaan en naar de inhoud gaan
verwerkt
Aan

Wethouderssocialisme? Dan denken we al snel aan de groten van de twintigste eeuw, zoals Wibaut en Drees. Onterecht, want het zijn juist de wethouders van vandaag die het verschil maken voor mensen, tegen de rechtse wind van het landelijke kabinet in.

Leestijd:
13 minuten

Met een krap jaar tot de gemeenteraadsverkiezingen sprak ik met drie wethouders die de sociaal-democratie smoel geven. Welke lessen kunnen we van hen leren? Casper Gelderblom vertelt over zijn strijd voor energierechtvaardigheid in Heerlen, Carine Bloemhoff over de Groningse basisbanen en Pieter Paul Slikker legt uit hoe hij ervoor zorgt dat in Den Bosch dak- en thuisloze mensen zo snel mogelijk een eigen woning krijgen.

‘Heerlen is nationaal koploper energiearmoede, maar ook koploper in het strijden voor energierechtvaardigheid’

casper
Casper Gelderblom is sinds 2022 wethouder namens de PvdA, GroenLinks en Partij voor de Dieren in Heerlen. Vanuit zijn portefeuille wonen en duurzaamheid strijdt hij voor energierechtvaardigheid in de stad waar dat misschien wel het hardste nodig is.

De eerste opdracht die ik zag, was om onze inwoners door die eerste winters van de energiecrisis te slepen. Eén op de zes huishoudens in Heerlen heeft te maken met energiearmoede, daarom hebben we met een ongekend proactieve aanpak bij 43.000 van de 44.000 huishoudens aangebeld om ze een aanbod te doen.

Dat aanbod bestond eerst uit kleine maatregelen, zoals tochtstrips en radiatorfolie. We hebben steeds een beetje aan dat aanbod toegevoegd, zoals energiezuinige koelkasten en wasmachines voor mensen met een inkomen tot 175% van het sociaal minimum. Daarmee bereik je niet alleen de allerarmsten, maar ook de kwetsbare lagere middenklasse’, zegt Gelderblom.

Als wethouder kijkt hij niet alleen naar pleisters plakken op de korte termijn, maar juist ook naar een systeemverandering. Die combinatie maakt de aanpak in Heerlen uniek: ‘Heerlen is nationaal koploper energiearmoede, maar ook koploper in het strijden voor energierechtvaardigheid.’

Het balletje voor de systeemverandering is gaan rollen toen ze in Heerlen bij mensen thuiskwamen met het kleine aanbod, en zagen waar het probleem precies zit. ‘De grote jongens, de grote monopolisten op de energiemarkt, maken je helemaal kapot en lopen met miljarden weg terwijl onze inwoners kromliggen. Daar zetten we tegenover dat we dit jaar ons eigen sociale, lokale en duurzame energiebedrijf gaan oprichten, om met eigen opwekprojecten tóch te kunnen wedijveren met die monopolisten. Als een soort Gallisch dorpje op de energiemarkt, waarmee we op systeemniveau terugvechten. Dat is hard nodig, want armoede kent veel gedaanten, zoals energiearmoede, vervoersarmoede, menstruatiearmoede, en dat los je niet op door alleen maar door die pleisters te blijven plakken.’

Ging het meteen zo voor de wind met die ongekend voortvarende aanpak in Heerlen? Niet direct, zegt Casper: ‘Onze eerste brief aan bewoners was rampzalig. Die was lang en technisch, pas op de tweede pagina stond het goede nieuws dat mensen € 250 noodisolatiebudget konden krijgen om uit te geven bij bouwmarkten.

Een kwart van de doelgroep is laaggeletterd, een groot deel ziet een brief van de gemeente met een bedrag erin en denkt dat het een rekening is. Toen hebben we brief veel makkelijker gemaakt, met een QR-code met uitlegvideo’s, we zijn mensen gaan bellen en hebben met alle organisaties in de stad, van de GGD tot de vakbond, een maatschappelijk front opgetuigd die allemaal hetzelfde verhaal vertelden.

Heerlen is niet alleen koploper energiearmoede maar ook koploper in wantrouwen tegen de overheid. Als je de gemeente of woningcorporatie niet vertrouwde, kon je via een andere organisatie hetzelfde aanbod krijgen.’

Van pleisters en verband naar genezen. Dat is de metafoor die steeds terugkomt in het gesprek, waarbij het ook gaat om het verduurzamen van woningen. ‘Dit jaar komen we met subsidieverordeningen waarin we een totaalpakket hebben doorgerekend voor de buurten waar de pijn het allergrootst is. Ook als je nul euro op je rekening hebt, kun je meedoen voor de isolatie van je dak, gevel en spouwmuren. Op doelgroepniveau kunnen we inkomensafhankelijk helpen om woningen structureel te verduurzamen.

Die proactieve benadering zetten we ook hier voort. We gaan het niet laten liggen bij de gemeente en afwachten wie er komt. We gaan echt de buurten in om het uit te leggen en iedereen mee te nemen samen met het Verbond voor Energierechtvaardigheid, zoals we dat maatschappelijk front hebben genoemd.’

Dat Casper wethouder is namens drie partijen, is niet voor niks. Naast een grote SP-fractie zijn er een aantal grotere en kleinere lokale partijen in de gemeenteraad. Hoe zorg je dan voor draagvlak? ‘De noodzaak om onorthodox in te grijpen was zo duidelijk, dat we er vrij snel de handen voor op elkaar kregen dwars door alle partijlijnen heen, van links tot rechts. Dat zie je op meer terreinen, ook in de strijd tegen huisjesmelkers. Daar ben ik blij mee, maar er komt ook veel vakwerk van het lokale bestuur kijken bij de samenwerking met andere bestuurslagen.

Van mij hadden we bijvoorbeeld twee jaar geleden al mogen beginnen met het energiebedrijf, maar de provincie is van een andere politieke signatuur en denkt heel anders over onze opwekprojecten. Als het gaat over zonneweides en windmolens worden zij, ook sommige partijen in de raad, zenuwachtiger. De provincie heeft daarom ons windenergieproject tegengehouden. Daarom kijken we nu ook over de grens in samenwerking met Aken. Op zo’n moment moet je creatief zijn, want wij willen gewoon door met onze strijd voor energierechtvaardigheid.’

‘Willen we Groningers alleen een uitkering bieden, of vinden we dat mensen ook recht hebben op werk tegen een salaris?’

carine

Carine Bloemhoff is sinds 2019 wethouder werk en participatie in Groningen. Al als raadslid deed zij het voorstel voor basisbanen: vast werk tegen een normale loonstrook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

De Groningse basisbanen zijn inmiddels landelijk bekend, en na een pilot-fase sinds vorig jaar staand beleid. Hoe ontstaat zo’n plan en hoe breng je dat als wethouder tot wasdom? Bloemhoff is er al jaren mee bezig.

‘Toen ik nog fractievoorzitter en woordvoerder werk en inkomen was in de raad, zag ik dat wij voor een bepaalde groep mensen die in de bijstand zit en graag aan het werk wil, niet voldoende te bieden hebben. We hadden toen al wel participatiebanen waar mensen een bijstandsuitkering krijgen met een kleine premie, voor maximaal twee jaar. Vervolgens zagen we dat veel mensen niet de stap konden maken naar een baan bij een werkgever. Dus mensen die sollicitatiebrief na sollicitatiebrief stuurden, bij de gemeente van traject naar traject gingen. Wat willen we hun bieden? Alleen een uitkering, of vinden we ook dat zij recht hebben op werk tegen een salaris?’

Door deze analyse en mede door het artikel ‘Basisinkomen, basisbaan of gewoon armoede bestrijden’ van Paul de Beer in S&D (2015/3) ontstond het idee van de Groningse basisbaan, een nieuwe vorm van gesubsidieerde arbeid waarbij lessen uit het verleden worden meegenomen. ‘Het begon met een motie in de gemeenteraad die met een nipte meerderheid werd aangenomen om een haalbaarheidsonderzoek te doen naar basisbanen. Dat onderzoek is uitgevoerd door de Hanze Hogeschool, en daaruit bleek dat het kan. Vervolgens gingen we in 2018 de gemeenteraadsverkiezingen in met de basisbanen als speerpunt, en tijdens de onderhandelingen voor een nieuwe coalitie hebben we in het akkoord gekregen dat we een pilot zouden doen met vijftig basisbanen, met de benodigde financiering. Toen is het hele project opgezet, waardoor in 2020 de eerste mensen aan het werk konden.’

De kracht van de basisbanen ten opzichte van andere participatietrajecten in het land is dat mensen waardevol werk doen en dat de overstap naar ‘regulier’ werk niet een doel op zich is. Mensen doen klussen in wijken, van helpen met de schoonmaak van buurthuizen, ondersteuning bij sportlocaties of klusjes bij buurtbewoners.

‘Vanaf het begin was het uitgangpunt dat werken moet lonen, en dat mensen ten minste het minimumloon verdienen. Het moest ook een echte baan zijn, dus dat mensen uit de uitkering zijn en een loonstrook krijgen. Ook dat het geen ander werk verdringt, want de kritiek op de eerdere Melkertbanen was dat de schoolconciërge vervangen werd door zo’n baan.

Het zijn mensen die taken uitvoeren in een wijk, zodat organisaties ook niet afhankelijk worden van basisbaners. En het meest onderscheidende: er is geen uitstroomdoel, waar andere gemeentes vaak nog wel voor kiezen. We zien wel dat het soms gebeurt en dat mensen een andere baan vinden, maar dat hoeft dus niet. Dat vinden wij ook niet eerlijk, want dit is een groep waar we al alles uit de kast hebben gehaald. Het mooie aan de basisbanen is dat mensen ook rust vinden.’

Deze keuzes hebben ze bewust gemaakt in Groningen. Het was nog wel een zoektocht om te bepalen bij wie de basisbaners precies in dienst zijn. ‘Omdat het voor ons een experiment was, hebben ze een contract gekregen bij Thermiek, een bv die onder ons sociaal ontwikkelbedrijf hangt. Vervolgens hebben we gezegd dat we willen dat de mensen in de wijken werken, dus zijn ze gekoppeld aan partijen die de begeleiding goed kunnen doen. Puur administratief horen ze bij ons ontwikkelbedrijf, maar dat soort vraagstukken moet je wel goed met elkaar doordenken.’

In het begin leidden de basisbanen tot felle politieke debatten, van partijen die het hadden over ‘oude wijn in nieuwe zakken’ tot partijen die zeggen dat het geen ‘echt werk’ is. Inmiddels is het draagvlak breder: het belandde in het landelijke verkiezingsprogramma van de ChristenUnie en het wetenschappelijk bureau van het CDA publiceerde erover.

‘Ik heb de raad zo goed mogelijk meegenomen en verschillende onderzoeken laten doen, want ik wilde het zo goed mogelijk onderbouwen richting een nieuwe collegeperiode om aan te tonen dat het een succes is. Het is juist waardevol voor de lange termijn als er kritische ogen meekijken.’

Wat ook hielp, is dat alle raadsleden werden uitgenodigd voor gesprekken met basisbaners. Ook Tweede Kamerleden, Europarlementariërs en andere gemeentes kloppen regelmatig in Groningen aan om te leren, en een gesprek met mensen zelf is daar standaard onderdeel van.

‘Als je de mensen met een basisbaan spreekt en je hoort wat het met ze doet, dan kun je er niet omheen dat het gewoon goed werkt. Er is een onderzoek waaruit blijkt dat mensen er wat betreft inkomen op vooruit gaan, in gezondheid, in welbevinden, dat buurten er blij mee zijn. Dat kun je in cijfers vatten, maar het gaat natuurlijk om de mensen.

Als we mensen vragen om hun verhaal te doen – het zijn er nu 150 – dan vertellen ze allemaal een soortgelijk verhaal, namelijk: ik doe er weer toe, ik voel me weer mens, ik kan nu weer een treinkaartje kopen om bij mijn broer in Utrecht langs te gaan, ik kan nu ook een keer mijn vrienden trakteren, ik kan weer gewoon fruit kopen in de supermarkt. Dat is het échte succes van de basisbanen.’

‘Hoe halen wij het in ons hoofd om mensen die het meest kwetsbaar zijn naar de meest achenebbisj plekken van Den Bosch te sturen?’

pieter paul

Pieter Paul Slikker is sinds 2022 wethouder wonen, zorg en bestuurlijke vernieuwing in Den Bosch, een van de eerste gemeentes die voortvarend aan de slag ging met het principe ‘Wonen Eerst’ in de bestrijding van dakloosheid.

De afgelopen jaren wordt steeds duidelijker dat dakloosheid vooral een woonprobleem is, terwijl het van oudsher wordt benaderd als zorgprobleem. De financiering loopt via het ministerie van Volksgezondheid en vaak zijn zorgwethouders in gemeentes verantwoordelijk. Pieter Paul Slikker is als wethouder wonen én zorg in de unieke positie dat hij dakloosheid van beide kanten kan bestrijden.

‘Eerlijk is eerlijk: je komt als nieuwe wethouder terecht in een organisatie waar mensen al heel lang bezig zijn met dakloosheid. Het is dus niet zo dat ik ineens in m’n uppie aan een dossier ben gaan trekken wat muurvast zat. In Den Bosch heb ik een directeur van de maatschappelijke opvang en een woningbouwcorporatie die al jarenlang samen vonden dat er een doorbraak nodig was om dak- en thuisloze mensen sneller aan een woning te helpen’, zegt Pieter Paul. Dat is ook meteen de rode draad door zijn verhaal: onderling vertrouwen, samen de schouders eronder. Met corporaties, met organisaties, met gemeentes in de regio.

Het kabinet en gemeenten spraken de afgelopen jaren mooie ambities uit om te komen tot een ‘Wonen Eerst’-aanpak in navolging van Finland: mensen niet maanden laten verkommeren in een opvang met stapelbedden, maar zo snel mogelijk een eigen woning om je leven weer op de rit te krijgen. Door de aanhoudende wooncrisis bleek dit zowel landelijk als lokaal vaak nog een dode letter.

Zo niet in Den Bosch. Daar hebben ze de periode dat dakloze mensen in de opvang verblijven weten terug te brengen van dertien naar drie maanden, waardoor Den Bosch zelfs een grote opvanglocatie kon sluiten. ‘Waar we allereerst mee begonnen, is zelf bedenken hoe we de procedure kunnen versnellen. Want alle schotjes die ervoor zorgen dat mensen lang in een opvang blijven, zijn onze eigen schotjes. Van gemeentes, corporaties, welzijnsinstellingen en uitkeringsinstanties. Als je dakloos bent, moet je eerst wachten op een briefadres van de gemeente. Dat duurt een paar weken. Vervolgens vraag je een uitkering aan, en als je je eerste uitkering krijgt kun je je inschrijven bij de corporatie voor een woning. Vervolgens moet je bij de bijzondere bijstand aankloppen om je woning te kunnen inrichten. Van al die hoepeltjes hebben we vanuit onderling vertrouwen zoveel mogelijk één hoepel gemaakt.’

Wat voor een doorbraak zorgde, is dat de regio Den Bosch als eerste meedeed aan de ETHOS telling. Dat is een telmethode van het Kansfonds en de Hogeschool Utrecht waarmee veel breder gekeken wordt naar het aantal dak- en thuisloze mensen dan in de schattingen van het CBS. Ook mensen die in vakantiewoningen, auto’s en bij vrienden op de bank slapen tellen mee. Daaruit bleek dat veel meer vrouwen, kinderen en jongeren dakloos waren dan eerder werd aangenomen. Bovendien kwam de helft van de duizend getelde mensen niet uit de stad, maar uit de omliggende gemeentes.

‘Door de telling zie je letterlijk dat dak- en thuislozen mensen zoals jij en ik zijn, die door een paar levensgebeurtenissen aan de andere kant van het lijntje komen te staan. Het heeft enorm geholpen met het doorbreken van het stigma, de vooroordelen die de zijn. Dat het al lang niet meer gaat om een mannen van middelbare leeftijd op een bankje in het park met een verslaving.

Ten tweede zagen omliggende gemeentes nu ook dat dakloosheid niet alleen een probleem is van de stad, maar dat het ook gaat om hun eigen inwoners, en je er dus samen voor moet zorgen dat mensen een woning krijgen in de gemeente waar ze vrienden en familie hebben.’

Daarom heeft Den Bosch samen met de regio ingezet op kleinschalige opvang, waarin drie of vier mensen een woning delen. De aanvankelijke angst voor overlast of huurachterstanden bleek al snel niet bewaarheid te worden. Daarnaast werd er flink geld gestoken in het opknappen van de opvanglocaties die er nog wel zijn.

‘Al als raadslid, maar ook als wethouder schrok ik van de kwaliteit van de vrouwenopvang, jongerenopvang en crisisopvang. Stel je wordt als vrouw letterlijk je huis uitgeslagen en komt met je kinderen terecht in een verouderd pand in een kamertje met stapelbedden waar bij wijze van spreken in de jaren zeventig voor het laatst een pot verf doorheen is gehaald. Je zit al in de put en je komt in het diepste putje terecht. Hoe halen wij het in ons hoofd om mensen die het meest kwetsbaar zijn naar de meest achenebbisj plekken van een stad te sturen?

Daarom hebben we voor vier miljoen de opvang verbouwd, gezinsgericht met eigen appartementjes, een eigen keuken, douche en woonkamer waar de kinderen rustig huiswerk kunnen maken. Bij de opening stonden de medewerkers met de tranen in hun ogen, want ze zeiden al twintig jaar dat het zo niet langer kon.’

Stel, als nieuwe wethouder is je eerste prioriteit om dakloosheid te bestrijden, hoe pak je dat aan? ‘Breng de portefeuille wonen en zorg samen. Het liefste bij één wethouder, anders in hele goede samenwerking in het college. Want de gekkigheid is toch dat de zorgwethouder verantwoordelijk is voor het bestrijden voor dakloosheid, maar de woonwethouder aan tafel zit met corporaties om prestatieafspraken te maken.

Kies ervoor om geld dat voor beschermd wonen bedoeld is en dat nu vaak niet op komt, in te zetten voor de doelgroep in plaats van terug te laten vloeien naar de algemene middelen. Kijk het beest in de bek door een ETHOS-telling te doen om te weten over wie je het hebt, en uiteindelijk komt het neer op goede samenwerking. Bouw aan vertrouwen tussen gemeentes, corporaties, welzijnsorganisaties en uitkeringsinstanties. Je moet het echt samen willen doen.’

Oorspronkelijk gepubliceerd door

Wiardi Beckman Stichting
    Wethouders maken het verschil|Word vriend

    Gerelateerde thema's en dossiers: